It's it: Wat doet een router?
Een router koppelt netwerken op het niveau van de netwerklaag. De werking is verder gelijk aan die van een bridge, maar met een router zijn koppelingen van twee verschillende netwerken met verschillende protocollen mogelijk. Ook het bepalen van de snelste weg in een netwerk is een taak die door een router wordt uitgevoerd. Omdat er door een router nog meer georganiseerd moet worden dan door een bridge, is een router trager dan een bridge. Een router is een autonoom apparaat, dat op de ISO-laag 3 werkt en bijvoorbeeld een verbinding van een Ethernet-LAN naar X.25 (DataNet 1 ) kan maken; een LAN/WAN-verbinding. Netwerklaag.

Verschillen tussen dynamische en statische routers:

Statische Routers Dynamische Routers
Handmatige installatie en configuratie van alle routers. De routering wordt door een routeringstabel bepaald. Handmatige installatie van de eerste router. Ontdekt automatisch aanvullende netwerken en routes.

Gebruikt altijd dezelfde route wat door een routetabel wordt bepaald.

Kan een route kiezen op basis van factoren als efficiëntie en hoeveelheid verbindingsverkeer.

De route die gebruikt wordt staat vast in een routing tabel. Het hoeft niet de kortste route te zijn. Kan beslissen welke pakketten via andere routes worden verzonden.
Men beschouwt statische routers als veiliger, omdat de beheerder elke route specificeert. De veiligheid kan bij dynamische routers worden verhoogd door de router handmatig te configureren, zodat de netwerkadressen die ontdekt worden, gefilterd worden en voorkomen wordt dat het netwerkverkeer die adressen gebruikt.

It's it: Statische routingtabel
In een statische routingtabel wordt de relatie gedefinieerd tussen bekende netwerken en de routerinterfaces die worden gebruikt om toegang te krijgen tot die netwerken. Een statische routingtabel bevat de volgende vijf gegevenskolommen:

  1. Netwerk-adres
    Het adres van elk bekend netwerk, inclusief het lokale adres (0.0.0.0) en broadcasts (255.255.255.255).
  2. Netmasker
    Het subnetmasker behorend bij elk netwerk.
  3. Gateway-adres
    Het IP-adres van het ingangspunt (de routerinterface) van elk netwerk.
  4. Interface
    Het hardware-adres dat is toegewezen aan de interface van het netwerk.
  5. Metrisch
    Het aantal hops tussen het eigen netwerk en het doelnetwerk.

It's it: Dynamische routingtabel
Manier van routing waarbij wijzigingen in het netwerkverkeer of de netwerktopologie automatisch worden verwerkt.

Inhoud
Links
Copyright 2005 It's IT
Home Advies Training Netwerken It's IT Webdesign Contact Sitemap